Vogels en verwondering

(c) Siegfried Desmet

Winterkoning - Troglodytes troglodytes

Familie

Winterkoningen

Habitat
De winterkoning broedt vooral in de dichte ondergroei van bossen en tuinen. Hagen, struikgewas, houtkanten, ruige vegetatie en dicht struweel vormen goede nest- en schuilplekken.
Voedsel
De winterkoning eet vooral insecten, spinnen, duizendpoten en larven die van bladeren en takjes worden geplukt, dicht tegen de grond aan.
Wist je dat?
De wetenschappelijke naam van de winterkoning Troglodytes troglodytes betekent letterlijk ‘holbewoner’, een verwijzing naar het bolvormig nestje van de soort.

Bij koud weer zoeken winterkoningen elkaar op om dicht tegen elkaar aan te schuilen en te slapen. Meestal gaat het om minder dan tien vogels. Het record staat op een slaapgroep van 61 exemplaren.

Soms bouwen winterkoninkjes dubbele nesten, waarbij de eieren in een groter boven nest gelegd worden en het onder nest als slaapplaats dienst doet.

Bij streng winterweer sterven veel winterkoninkjes. Dat is ook niet zo verwonderlijk. Vogels verteren bij strenge vorst snel hun vetreserves om hun hoge lichaamstemperatuur van zo’n 40° C te behouden. Een winterkoning kan in een koude nacht tot 10% van zijn lichaamsgewicht verliezen.